Het belang van licht

Licht is, na de omgevingstemperatuur, één van de belangrijkste factoren die bepalend is voor het welzijn, de groei en productie van pluimvee.

In de huidige regelgeving omtrent de huisvesting van pluimvee zijn er enkele eisen gesteld aan verlichting voor legkippen en vleeskuikens. Voor de verlichting voor vleeskuikenouderdieren zijn geen regels opgesteld.

 

Leghennen

De lichtsterkte voor leghennen moet minimaal 20 lux zijn en wordt gemeten ter hoogte van de kop van het dier. Er dient per 24 uur minimaal een periode van 8 ononderbroken uren duisternis te zijn. Voorafgaand aan deze donkerperiode moet een schemerperiode plaatsvinden en voor in de donkerperiode dient er noodverlichting aanwezig te zijn van minimaal 2 lux. De leghennen mogen maximaal 16 uren licht per 24 uur hebben.

 

Bij het ophangen van de verlichting in de stallen moet er extra aandacht gevestigd worden op het voorkomen van schaduwplekken. Zo worden buitennesteieren zoveel mogelijk voorkomen.

 

Bij vleeskuikens moet er een lichtsterkte zijn van minimaal 20 lux op 80% van de vloeroppervlakte.

WORDT VERVOLGD

 

Lichtmanagement speelt een grote rol speelt bij het welzijn en de ontwikkeling van vleeskuikens. De verplichtingen die zijn vastgelegd in de geldende regelgeving zijn echter maar een onderdeel van het management. Kijk niet alleen naar de hoeveelheid lux die aanwezig is, maar ook naar het aanwezige lichtspectrum. Intermitterende lichtschema’s bevorderen het welzijn van het dier en verminderen stress. Variatie in lichtintensiteit tijdens de lichtperioden en eventueel in het lichtspectrum kunnen tot verdere verbetering van de groei leiden. Maar bedenk dat de lichtsituatie in stallen, die optimaal lijkt gezien met onze humane ogen, niet overeen hoeft te komen met de ideale situatie zoals deze voor pluimvee geldt.

Europese regelgeving (CEU 2007) schrijft voor dat in alle stallen waarin pluimvee wordt gehouden voor de vleesproductie een verlichting aanwezig dient te zijn met een intensiteit van minimaal 20 lux, gemeten op dierniveau, en minimaal 80 procent van het bruikbare oppervlakte verlicht. Gebruik maken van een lagere lichtintensiteit is alleen mogelijk wanneer dit vanuit veterinaire gronden noodzakelijk is. Hiervoor zal dus altijd een schriftelijk voorschrift van de practicus aanwezig moeten zijn. Vanaf 7 dagen leeftijd tot minimaal 3 dagen voor het slachten moet een 24-uurs licht-donker schema gehanteerd worden met minimaal 6 uur donker, waarvan minimaal 4 uur aaneengesloten. Hoewel niet duidelijk aangegeven, moet donker geïnterpreteerd worden als minder dan 0,5  lux. Daarnaast wordt door de Council of Europe (CoE 1995) geadviseerd het licht voorafgaand aan de donkerperiode langzaam te dimmen om de dieren de gelegenheid te geven zich voor de donkerperiode te ‘settelen’. Andere Europese wetgevingen geven aan dat tijdens inspecties van de houder voldoende licht aanwezig moet zijn om de gezondheid van alle individuele dieren te kunnen beoordelen.

Bij net uitgekomen kuikens wordt een hoge lichtintensiteit van meer dan 100 lux geadviseerd voor het vinden van voedsel en voor het verkennen van de omgeving. Na enkele dagen kan de intensiteit dalen maar zonder veterinaire verklaring nooit onder de 20 lux. Een lichtintensiteit lager dan 20 lux kan leiden tot ernstige welzijnsproblemen zoals immuunsuppressie en oogafwijkingen. Ook een lichtschema van 24 uur continu licht met een intensiteit van meer dan 150 lux kan leiden tot morfo­logische afwijkingen van het oog.

 

Klik hier om het hele artikel ‘Licht niet altijd optimaal voor pluimvee’ van Teun Fabri, dierenarts bij de GD, te lezen.

Door de ogen van de kip

Een kip ziet andere delen van het spectrum dan een mens. En ook ziet ze sommige delen van het spectrum sterker. Bekend is bijvoorbeeld dat een kip ook UV-licht kan waarnemen. Daarnaast ziet ze ook meer van het rode en blauw-groene deel van het spectrum. Er zijn sterke aanwijzingen vanuit de literatuur dat zowel kleur als ook het UV-licht een belangrijke invloed hebben op het gedrag van kippen. Rood licht stimuleert vooral de productie, blauw en groen licht hebben vooral invloed op de groei. Rood licht lijkt juist agressief gedrag op te roepen, maar de oorzaken daarvan zijn niet duidelijk. Ook is niet bekend of kippen de voorkeur hebben voor een bepaalde verdeling van het spectrum en of deze voorkeur verschuift gedurende de dag, het seizoen en leeftijd (of productiestadium). Er is meer kennis nodig om kunstlicht af te stemmen op de behoeften van het dier.

Lees hier ‘Licht op licht, een onderzoek naar licht en verlichting in de pluimveehouderij in relatie tot beschadigend pikgedrag’.

Heeft dit uw interesse gewekt?

Kijk dan eens bij onze producten of neem contact met ons op voor meer informatie of een vrijblijvende offerte.

ONDER CONSTRUCTIE!!

Wilt u meer informatie over de positieve effecten van verlichting op pluimvee?

Hieronder zijn een aantal onderzoeken opgenomen naar het effect van een goede verlichting op pluimvee. Door op de titel van het rapport te klikken, kunt u het complete onderzoek lezen.

https://www.pluimveeweb.nl/partners/agruniekrijnvallei/nieuws/verlichting-in-de-pluimveestal/